Die vraag is me het afgelopen jaar meer dan eens gesteld. Met enig gevoel voor scherts wordt ons succes vaak omschreven als ‘De een zijn dood, is de ander zijn … hamburger’.
Toch is de realiteit veel complexer. Wij plukken de vruchten van een doordachte lange termijnvisie. De economische omstandigheden hebben de verwachtingen van de consument in de verf gezet. Mensen eisen waar voor hun geld en dat gaat breed : het gaat om productkwaliteit en service, maar ook over de waarde en de positionering van het bedrijf zelf. Die elementen moeten bovendien in evenwicht zijn. Bedrijven die dat zagen komen en al jaren aan die positionering werkten, waren beter voorbereid op de moeilijke tijden. Wij zijn blijven investeren in alle aspecten die voor de consument belangrijk zijn. In ons geval is dat constant onszelf veranderen, voortdurend onszelf in vraag stellen. Het elke dag beter willen doen. Daardoor steeg onze relevantie en kregen we meer mensen over de vloer. Opgepast, dit alles zonder onze identiteit uit het oog te verliezen. Het is belangrijk dat mensen zich blijven herkennen in ons merk. In een crisis gaan we niet uit van hoe we ons moeten verdedigen, maar zoeken we naar de visie van de consument. Zo werk je op de kern van het probleem en zet je meteen een stap vooruit.
Hoe moet het verder na de crisis? We gaan verder op de ingeslagen weg, de lat hoog blijven leggen, nooit toegeven op kwaliteit en investeren in ervaring. Maar er zijn uiteraard nog uitdagingen: we moeten nog meer binnen laten kijken, assertiever communiceren. We moeten fier en hardop kunnen zeggen: we staan voor gebruiksgemak, toegankelijke prijzen en kwaliteit, met een luisterend oor voor de mensen. Kortom: we zijn niet langer een ‘fast food’, maar een ‘good food fast’ restaurant. Een kleine syntactische nuance, maar in realiteit een wereld van verschil. “
Dit artikel werd ook gepubliceerd op de CEOblogt van De Standaard - klik hier om de commentaren te lezen
Tags: CEOblogt
O reacties
Geef nu je mening!